Dutch-Swedish translation of markeren

Translation of the word markeren from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

markeren in Swedish

markeren
algemeenverb märka, sätta märke på
  landmeetkundeverb staka ut, märka ut
  verschilverb framhäva
  koopwaarverb märka, stämpla
  schrijvenverb notera, anteckna
Similar words

 
 

markeren as verb
InfinitivePresent participlePast participle
markerenmarkerendgemarkeerd
Present
ikmarkeer
jijmarkeert
hijmarkeert
wijmarkeren
julliemarkeren
zijmarkeren
Present perfect
ikheb gemarkeerd
jijhebt gemarkeerd
hijheeft gemarkeerd
wijhebben gemarkeerd
julliehebben gemarkeerd
zijhebben gemarkeerd
Past
ikmarkeerde
jijmarkeerde
hijmarkeerde
wijmarkeerden
julliemarkeerden
zijmarkeerden
Past perfect
ikhad gemarkeerd
jijhad gemarkeerd
hijhad gemarkeerd
wijhadden gemarkeerd
julliehadden gemarkeerd
zijhadden gemarkeerd
Future
ikzal markeren
jijzult markeren
hijzal markeren
wijzullen markeren
julliezullen markeren
zijzullen markeren
Future perfect or future anterior
ikzal gemarkeerd hebben
jijzult gemarkeerd hebben
hijzal gemarkeerd hebben
wijzullen gemarkeerd hebben
julliezullen gemarkeerd hebben
zijzullen gemarkeerd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou markeren
jijzou markeren
hijzou markeren
wijzouden markeren
julliezouden markeren
zijzouden markeren
Perfect
ikzou gemarkeerd hebben
jijzou gemarkeerd hebben
hijzou gemarkeerd hebben
wijzouden gemarkeerd hebben
julliezouden gemarkeerd hebben
zijzouden gemarkeerd hebben
Imperative
Affirmative
jijmarkeer
Your last searches