Dutch-Swedish translation of schelden

Translation of the word schelden from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

schelden in Swedish

schelden
ruzieverb gräla, träta, skälla
  afkeuringverb gräla, träta, skälla
Similar words

 
 

schelden as verb
InfinitivePresent participlePast participle
scheldenscheldendgescholden
Present
ikscheld
jijscheldt
hijscheldt
wijschelden
jullieschelden
zijschelden
Present perfect
ikheb gescholden
jijhebt gescholden
hijheeft gescholden
wijhebben gescholden
julliehebben gescholden
zijhebben gescholden
Past
ikschold
jijschold
hijschold
wijscholden
julliescholden
zijscholden
Past perfect
ikhad gescholden
jijhad gescholden
hijhad gescholden
wijhadden gescholden
julliehadden gescholden
zijhadden gescholden
Future
ikzal schelden
jijzult schelden
hijzal schelden
wijzullen schelden
julliezullen schelden
zijzullen schelden
Future perfect or future anterior
ikzal gescholden hebben
jijzult gescholden hebben
hijzal gescholden hebben
wijzullen gescholden hebben
julliezullen gescholden hebben
zijzullen gescholden hebben
Conditional
Imperfect
ikzou schelden
jijzou schelden
hijzou schelden
wijzouden schelden
julliezouden schelden
zijzouden schelden
Perfect
ikzou gescholden hebben
jijzou gescholden hebben
hijzou gescholden hebben
wijzouden gescholden hebben
julliezouden gescholden hebben
zijzouden gescholden hebben
Imperative
Affirmative
jijscheld
Your last searches