Dutch-Swedish translation of spellen

Translation of the word spellen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

spellen in Swedish

spellen
hardopverb stava
  schrijvenverb stava
Similar words

 
 

spellen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
spellenspellendgespeld
Present
ikspel
jijspelt
hijspelt
wijspellen
julliespellen
zijspellen
Present perfect
ikheb gespeld
jijhebt gespeld
hijheeft gespeld
wijhebben gespeld
julliehebben gespeld
zijhebben gespeld
Past
ikspelde
jijspelde
hijspelde
wijspelden
julliespelden
zijspelden
Past perfect
ikhad gespeld
jijhad gespeld
hijhad gespeld
wijhadden gespeld
julliehadden gespeld
zijhadden gespeld
Future
ikzal spellen
jijzult spellen
hijzal spellen
wijzullen spellen
julliezullen spellen
zijzullen spellen
Future perfect or future anterior
ikzal gespeld hebben
jijzult gespeld hebben
hijzal gespeld hebben
wijzullen gespeld hebben
julliezullen gespeld hebben
zijzullen gespeld hebben
Conditional
Imperfect
ikzou spellen
jijzou spellen
hijzou spellen
wijzouden spellen
julliezouden spellen
zijzouden spellen
Perfect
ikzou gespeld hebben
jijzou gespeld hebben
hijzou gespeld hebben
wijzouden gespeld hebben
julliezouden gespeld hebben
zijzouden gespeld hebben
Imperative
Affirmative
jijspel
Your last searches