Dutch-Swedish translation of stapelen

Translation of the word stapelen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

stapelen in Swedish

stapelen
voorwerpenverb stapla, stapla upp
Similar words

 
 

stapelen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
stapelenstapelendgestapeld
Present
ikstapel
jijstapelt
hijstapelt
wijstapelen
julliestapelen
zijstapelen
Present perfect
ikheb gestapeld
jijhebt gestapeld
hijheeft gestapeld
wijhebben gestapeld
julliehebben gestapeld
zijhebben gestapeld
Past
ikstapelde
jijstapelde
hijstapelde
wijstapelden
julliestapelden
zijstapelden
Past perfect
ikhad gestapeld
jijhad gestapeld
hijhad gestapeld
wijhadden gestapeld
julliehadden gestapeld
zijhadden gestapeld
Future
ikzal stapelen
jijzult stapelen
hijzal stapelen
wijzullen stapelen
julliezullen stapelen
zijzullen stapelen
Future perfect or future anterior
ikzal gestapeld hebben
jijzult gestapeld hebben
hijzal gestapeld hebben
wijzullen gestapeld hebben
julliezullen gestapeld hebben
zijzullen gestapeld hebben
Conditional
Imperfect
ikzou stapelen
jijzou stapelen
hijzou stapelen
wijzouden stapelen
julliezouden stapelen
zijzouden stapelen
Perfect
ikzou gestapeld hebben
jijzou gestapeld hebben
hijzou gestapeld hebben
wijzouden gestapeld hebben
julliezouden gestapeld hebben
zijzouden gestapeld hebben
Imperative
Affirmative
jijstapel
Your last searches