Dutch-Swedish translation of verbazen

Translation of the word verbazen from dutch to swedish, with synonyms, antonyms, verb conjugation, pronunciation, anagrams, examples of use.

verbazen in Swedish

verbazen
verrassenverb överraska, förvåna
  ontzettenverb slå med häpnad, förbluffa, göra paff, omstörta, lamslå
Similar words

 
 

verbazen as verb
InfinitivePresent participlePast participle
verbazenverbazendverbaasd
Present
ikverbaas
jijverbaast
hijverbaast
wijverbazen
jullieverbazen
zijverbazen
Present perfect
ikheb verbaasd
jijhebt verbaasd
hijheeft verbaasd
wijhebben verbaasd
julliehebben verbaasd
zijhebben verbaasd
Past
ikverbaasde
jijverbaasde
hijverbaasde
wijverbaasden
jullieverbaasden
zijverbaasden
Past perfect
ikhad verbaasd
jijhad verbaasd
hijhad verbaasd
wijhadden verbaasd
julliehadden verbaasd
zijhadden verbaasd
Future
ikzal verbazen
jijzult verbazen
hijzal verbazen
wijzullen verbazen
julliezullen verbazen
zijzullen verbazen
Future perfect or future anterior
ikzal verbaasd hebben
jijzult verbaasd hebben
hijzal verbaasd hebben
wijzullen verbaasd hebben
julliezullen verbaasd hebben
zijzullen verbaasd hebben
Conditional
Imperfect
ikzou verbazen
jijzou verbazen
hijzou verbazen
wijzouden verbazen
julliezouden verbazen
zijzouden verbazen
Perfect
ikzou verbaasd hebben
jijzou verbaasd hebben
hijzou verbaasd hebben
wijzouden verbaasd hebben
julliezouden verbaasd hebben
zijzouden verbaasd hebben
Imperative
Affirmative
jijverbaas
Your last searches