Traducción de aanspreken de Holandés a Sueco

Traducción de la palabra aanspreken de holandés a sueco con sinónimos, antónimos, conjugación, pronunciación y ejemplos de uso.

aanspreken en sueco

aanspreken
algemeenverbo tilltala, falla i smaken
  prostitutieverbo bjuda ut sig
  vragenverbo tala med, göra vissa trevare hos
Palabras similares

 
 

aanspreken como verbo
InfinitivoPresent participlePast participle
aansprekenaansprekendaangesproken
Presente
ikspreek aan
jijspreekt aan
hijspreekt aan
wijspreken aan
julliespreken aan
zijspreken aan
Present perfect
ikheb aangesproken
jijhebt aangesproken
hijheeft aangesproken
wijhebben aangesproken
julliehebben aangesproken
zijhebben aangesproken
Past
iksprak aan
jijsprak aan
hijsprak aan
wijspraken aan
julliespraken aan
zijspraken aan
Past perfect
ikhad aangesproken
jijhad aangesproken
hijhad aangesproken
wijhadden aangesproken
julliehadden aangesproken
zijhadden aangesproken
Futuro
ikzal aanspreken
jijzult aanspreken
hijzal aanspreken
wijzullen aanspreken
julliezullen aanspreken
zijzullen aanspreken
Future perfect or future anterior
ikzal aangesproken hebben
jijzult aangesproken hebben
hijzal aangesproken hebben
wijzullen aangesproken hebben
julliezullen aangesproken hebben
zijzullen aangesproken hebben
Condicional
Imperfecto
ikzou aanspreken
jijzou aanspreken
hijzou aanspreken
wijzouden aanspreken
julliezouden aanspreken
zijzouden aanspreken
Perfecto
ikzou aangesproken hebben
jijzou aangesproken hebben
hijzou aangesproken hebben
wijzouden aangesproken hebben
julliezouden aangesproken hebben
zijzouden aangesproken hebben
Imperativo
Afirmativo
jijspreek aan
Tus últimas búsquedas