Traducción de gewennen de Holandés a Sueco

Traducción de la palabra gewennen de holandés a sueco con sinónimos, antónimos, conjugación, pronunciación y ejemplos de uso.

gewennen en sueco

gewennen
gebruikverbo vänja sig, vänja, bli van
Palabras similares

 
 

gewennen como verbo
InfinitivoPresent participlePast participle
gewennengewennendgewend
Presente
ikgewen
jijgewent
hijgewent
wijgewennen
julliegewennen
zijgewennen
Present perfect
ikheb gewend
jijhebt gewend
hijheeft gewend
wijhebben gewend
julliehebben gewend
zijhebben gewend
Past
ikgewende
jijgewende
hijgewende
wijgewenden
julliegewenden
zijgewenden
Past perfect
ikhad gewend
jijhad gewend
hijhad gewend
wijhadden gewend
julliehadden gewend
zijhadden gewend
Futuro
ikzal gewennen
jijzult gewennen
hijzal gewennen
wijzullen gewennen
julliezullen gewennen
zijzullen gewennen
Future perfect or future anterior
ikzal gewend hebben
jijzult gewend hebben
hijzal gewend hebben
wijzullen gewend hebben
julliezullen gewend hebben
zijzullen gewend hebben
Condicional
Imperfecto
ikzou gewennen
jijzou gewennen
hijzou gewennen
wijzouden gewennen
julliezouden gewennen
zijzouden gewennen
Perfecto
ikzou gewend hebben
jijzou gewend hebben
hijzou gewend hebben
wijzouden gewend hebben
julliezouden gewend hebben
zijzouden gewend hebben
Imperativo
Afirmativo
jijgewen
Tus últimas búsquedas