Traducción de opbeuren de Holandés a Sueco

Traducción de la palabra opbeuren de holandés a sueco con sinónimos, antónimos, conjugación, pronunciación y ejemplos de uso.

opbeuren en sueco

opbeuren
hoopverbo uppmuntra
  gevoelensverbo uppmuntra
  persoonverbo pigga upp, uppmuntra, liva upp
  bemoedigenverbo uppmuntra, glädja
  troostenverbo trösta, uppmuntra, lugna
  opwekkenverbo uppliva, pigga upp
Palabras similares

 
 

opbeuren como verbo
InfinitivoPresent participlePast participle
opbeurenopbeurendopgebeurd
Presente
ikbeur op
jijbeurt op
hijbeurt op
wijbeuren op
julliebeuren op
zijbeuren op
Present perfect
ikheb opgebeurd
jijhebt opgebeurd
hijheeft opgebeurd
wijhebben opgebeurd
julliehebben opgebeurd
zijhebben opgebeurd
Past
ikbeurde op
jijbeurde op
hijbeurde op
wijbeurden op
julliebeurden op
zijbeurden op
Past perfect
ikhad opgebeurd
jijhad opgebeurd
hijhad opgebeurd
wijhadden opgebeurd
julliehadden opgebeurd
zijhadden opgebeurd
Futuro
ikzal opbeuren
jijzult opbeuren
hijzal opbeuren
wijzullen opbeuren
julliezullen opbeuren
zijzullen opbeuren
Future perfect or future anterior
ikzal opgebeurd hebben
jijzult opgebeurd hebben
hijzal opgebeurd hebben
wijzullen opgebeurd hebben
julliezullen opgebeurd hebben
zijzullen opgebeurd hebben
Condicional
Imperfecto
ikzou opbeuren
jijzou opbeuren
hijzou opbeuren
wijzouden opbeuren
julliezouden opbeuren
zijzouden opbeuren
Perfecto
ikzou opgebeurd hebben
jijzou opgebeurd hebben
hijzou opgebeurd hebben
wijzouden opgebeurd hebben
julliezouden opgebeurd hebben
zijzouden opgebeurd hebben
Imperativo
Afirmativo
jijbeur op