Nederlansk-Svensk oversettelse av afscheiden

Oversettelse av ordet afscheiden fra nederlansk til svensk, med synonymer, antonymer, verbbøying, uttale, anagrammer og eksempler på bruk.

afscheiden på svensk

afscheiden
chemischverb extrahera, lösa ut
  biologieverb avsöndra
  chemieverb separera
  scheidenverb skilja, separera
Liknende ord

 
 

afscheiden som verb
InfinitivPresent participlePartisipp
afscheidenafscheidendafgescheiden
Presens
ikscheid af
jijscheidt af
hijscheidt af
wijscheiden af
julliescheiden af
zijscheiden af
Present perfect
ikheb afgescheiden
jijhebt afgescheiden
hijheeft afgescheiden
wijhebben afgescheiden
julliehebben afgescheiden
zijhebben afgescheiden
Past
ikscheidde af
jijscheidde af
hijscheidde af
wijscheidden af
julliescheidden af
zijscheidden af
Past perfect
ikhad afgescheiden
jijhad afgescheiden
hijhad afgescheiden
wijhadden afgescheiden
julliehadden afgescheiden
zijhadden afgescheiden
Presens futurum
ikzal afscheiden
jijzult afscheiden
hijzal afscheiden
wijzullen afscheiden
julliezullen afscheiden
zijzullen afscheiden
Preteritum futurum
ikzal afgescheiden hebben
jijzult afgescheiden hebben
hijzal afgescheiden hebben
wijzullen afgescheiden hebben
julliezullen afgescheiden hebben
zijzullen afgescheiden hebben
Kondisjonalis
Preteritum (Fortid)
ikzou afscheiden
jijzou afscheiden
hijzou afscheiden
wijzouden afscheiden
julliezouden afscheiden
zijzouden afscheiden
Presens perfektum
ikzou afgescheiden hebben
jijzou afgescheiden hebben
hijzou afgescheiden hebben
wijzouden afgescheiden hebben
julliezouden afgescheiden hebben
zijzouden afgescheiden hebben
Imperativ
Bekreftende
jijscheid af
Dine siste søk