Traducción de geven de Holandés a Noruego

Traducción de la palabra geven de holandés a noruego con sinónimos, antónimos, conjugación, pronunciación y ejemplos de uso.

geven en noruego

geven
algemeenverbo gi
  overhandigenverbo overlate
  geschenkverbo gi, skjenke
  voldoeningverbo bringe, gi
  spelen - kaartenverbo gi
  voorwerpverbo rekke, gi
  landbouwverbo bære
  wiskundeverbo anta
  voorwerpenverbo rekke, gi
Palabras similares

 
 

geven como verbo
InfinitivoPresent participlePast participle
gevengevendgegeven
Presente
ikgeef
jijgeeft
hijgeeft
wijgeven
julliegeven
zijgeven
Present perfect
ikheb gegeven
jijhebt gegeven
hijheeft gegeven
wijhebben gegeven
julliehebben gegeven
zijhebben gegeven
Past
ikgaf
jijgaf
hijgaf
wijgaven
julliegaven
zijgaven
Past perfect
ikhad gegeven
jijhad gegeven
hijhad gegeven
wijhadden gegeven
julliehadden gegeven
zijhadden gegeven
Futuro
ikzal geven
jijzult geven
hijzal geven
wijzullen geven
julliezullen geven
zijzullen geven
Future perfect or future anterior
ikzal gegeven hebben
jijzult gegeven hebben
hijzal gegeven hebben
wijzullen gegeven hebben
julliezullen gegeven hebben
zijzullen gegeven hebben
Condicional
Imperfecto
ikzou geven
jijzou geven
hijzou geven
wijzouden geven
julliezouden geven
zijzouden geven
Perfecto
ikzou gegeven hebben
jijzou gegeven hebben
hijzou gegeven hebben
wijzouden gegeven hebben
julliezouden gegeven hebben
zijzouden gegeven hebben
Imperativo
Afirmativo
jijgeef